Hygiëne en verspreiding

Honden en katten hebben vaak spoelwormen. Deze darmbewoners zorgen voor een enorme eiproductie die met de ontlasting naar buiten komt. Een volwassen vrouwtje produceert al gauw 200.000 eitjes per dag. De eitjes zijn dan nog ongeëmbryoneerd en niet infectieus. Pas veel later zullen in het milieu onder invloed van zuurstof, temperatuur en vochtigheid geëmbryoneerde infectieuze eitjes ontstaan (na minimaal 3 weken) die overigens in dat milieu langer dan een jaar infectieus kunnen blijven. Niet de hond of de kat is dus infectieus maar onze leefomgeving waar deze dieren hun ontlasting deponeren. Op sommige plaatsen komt een hoge besmettingsgraad voor, bijvoorbeeld waar honden uitgelaten worden of katten hun ontlasting begraven (zandbakken).

Sommige beroepsgroepen lopen een verhoogd risico bijvoorbeeld honden- en kattenfokkers. De moedermelk is bovendien een belangrijke infectiebron voor pups en kittens. Laat in de dracht en tijdens het zogen migreren de Toxocara larven naar de mammae om zo direct een infectie voor de pasgeborene te veroorzaken. De complete levenscyclus van Toxocara is buitengewoon gecompliceerd, in het bijzonder omdat ook sprake is van larvale migratie bij teven en moederpoezen (zie verder). Infectieuze eitjes in de grond, op trapveldjes, aan speelgoed, op groenten, aan de vacht van de bemodderde hond, in zandbakken, aan schoenen, op de deurmat enzovoorts, zijn een potentiële bron voor een larva migrans infectie bij de mens.

Preventie
Geschat wordt dat een volwassen Toxocara ongeveer een jaar in de darmen overleeft. In die tijd kan een vrouwtje dus zo'n 70 miljoen eitjes produceren en in de buitenwereld deponeren. Het vermijden van plaatsen waar veel honden- en/of kattenfeces worden gedeponeerd is een eerste vereiste. Hygiëne speelt hierin een hoofdrol.

Adviezen ter preventie van Toxocara infecties bij de mens

  • Handen wassen na het buiten spelen blijft een belangrijke hygiënische maatregel.
  • Openbare zandbakken dienen adequaat afgedekt te worden als er niet in wordt gespeeld.
  • Katten zoveel mogelijk in een kattenbak laten defaeceren.
  • Honden niet laten defaeceren op plaatsen waar kinderen spelen.
  • Zandbakken kunnen eventueel gestoomd worden om de aanwezige eieren te doden. Met de gebruikelijke schoonmaakmiddelen en desinfectantia zijn de eieren niet te doden.
  • Honden en katten moeten adequaat worden ontwormd. De aandacht moet hierbij vooral gericht zijn op de behandeling van het jonge dier.

Een algemeen behandelingsadvies voor honden en katten luidt als volgt:

Voor honden:

  • Pups ontwormen op een leeftijd van 2, 4 en 6 weken en op 2, 4 en 6 maanden.
  • Lacterende teven op 2 weken post partum (na de geboorte).
  • Alle andere honden twee keer per jaar ontwormen.

Voor katten:

  • De cyclus van T. cati bij de kat is minder goed bekend.
  • Het volgende behandelingsadvies lijkt verantwoord.
  • Kittens ontwormen op een leeftijd van 4 en 6 weken en op 2, 4 en 6 maanden.
  • Lacterende poezen op 4 weken post partum.
  • Alle andere katten 2 keer per jaar.

NB. Altijd alle honden en katten in huis gelijktijdig ontwormen.