Cyclus

De hond en andere hondachtigen zoals de wolf en de vos, zijn de ideale gastheren voor de hondenspoelworm. In deze dieren kan hij in leven blijven en zich voortplanten. Een schematisch, vereenvoudigd overzicht van de levenscyclus van de hondenspoelworm ziet u in figuur 1. Een vrouwtje kan, zoals gezegd, wel 200.000 eitjes per dag in de hondendarm leggen. Deze eitjes komen met de poep mee naar buiten. De pas gelegde eitjes zijn niet besmettelijk, en ze kunnen in de natuur wel 2 tot 5 jaar verleven. Onder gunstige omstandigheden ontwikkelt zich in ongeveer 14 dagen een larve in het eitje, en dan kan zo’n eitje (een ‘geëmbryoneerd ei’) een infectie veroorzaken, maar in de winter duurt dit soms maanden. Pas als een besmettelijk eitje wordt ingeslikt, gaat de ontwikkeling van de larve verder.

Vanuit maag en dunne darm komen de larven in de lever, en na 4-5 dagen in de longen. Bij geschikte gastheren zoals de hond kunnen ze vanuit de longen weer in de mond komen, en vandaar nogmaals in de maag. Bij de tweede passage door de maag zijn ze al verder ontwikkeld: dan kunnen ze uitgroeien tot volwassen wormen, die in de dunne darm leven. De wormen zijn zo’n 28-35 dagen na de besmetting volwassen. Bij volwassen honden migreren de larven vanuit de lever via de longen, naar andere delen van het lichaam: ze kunnen uiteindelijk overal terechtkomen. Ingekapseld kunnen ze nog jarenlang voortleven. We spreken dan van ‘somatische larven’. Somatische larven kunnen in de regel niet meer in de darmen komen, en zijn uiteindelijk ten dode opgeschreven. Alleen als ze in een teef zitten, en deze wordt drachtig, kunnen de wormenlarven door hormonale veranderingen in de hond weer in het bloed komen, en vandaar in de darmen, de foetus of de moedermelk. Zo kunnen pups besmet worden.